Psychoanalyticus zijn en EMDR gebruiken? – Freek Dhooghe

Zoals velen onder jullie, ben ik jarenlang in analyse geweest en dus ook al zolang met psychoanalyse bezig. Zowel in het kader van individuele sessies thuis in Leuven als vanuit het werk in la Traversière, een therapeutische gemeenschap in Nijvel met voornamelijk psychotische mensen, in referentie naar de institutionele psychotherapie. En via een stage in la Borde in Frankrijk, en Szondi-seminaries in Louvain-la-Neuve met Jacques Schotte, werden naast Freud Oury, Szondi en Schotte referenties voor mij. Tien jaar geleden werd ik het meer en meer beu dat ik telkens opnieuw moest uitleggen wie Szondi is en wat institutionele psychotherapie is. En het woord psychoanalyse, zeker in Vlaanderen, roept zelden enthousiasme op, zowel bij collega’s als cliënten. Dus ik zocht een nieuwe opleiding, ik vond het nodig mijzelf een update te geven en me opnieuw te verbinden met de Vlaamstalige collega’s.

Toevallig botste ik op de methode van EMDR en begon de opleiding. Ik voelde me daar eerder een vreemde eend in de bijt. Maar ook de vrienden psychoanalisten durfde ik het bijna niet te vertellen. Toch maakte ik de opleiding af, en blijf EMDR regelmatig gebruiken. Wat me vooral blijft motiveren is de snelheid waarmee cliënten zeggen: “Het is voorbij, ik voel me terug de oude, ik ben gegroeid”. En dit heel spontaan. Bijvoorbeeld een jonge man na een liefdesbreuk waar hij niet over geraakte, krijgt uit eigen beweging na enkele moeilijke sessies een beeld waarbij hij zichzelf in een put ziet staan en zijn hand uitsteekt naar boven voor hulp. En hij ziet zichzelf ook als ontdubbeld aan de rand buiten de put, en hij rijkt zichzelf de hand, en trekt zichzelf uit de put. Ineens was alle spanning weg. Of nog een oudere man, na het verwerken van een hele moeilijke familiale geschiedenis, die zegt: “Ik voel dat ik er door ben. Het is echt wel spijtig dat het zo gelopen is, maar nu heb ik mij omringd met open en positief ingestelde mensen. Het verleden is het verleden.” Deze opluchting, de verandering die cliënten ervaren is vaak heel duidelijk, en zelfs fysiek zichtbaar in hun houding, hun gelaatstrekken. En in de tijd houdt die verandering ook stand. Dat kunnen collega’s en cliënten vaak niet geloven.

De methode van EMDR, Eye Mouvement Desensitisation and Reprocessing, loopt in het kort uitgelegd standaard als volgt: je vertrekt van wat de cliënt als moeilijk, lastig beleeft. Dat kan een uitgesproken klacht zijn, maar ook een lichamelijk storende ervaring. Je laat de persoon associatief op basis van het gevoel of de gedachten die dat lastige oproept vrij teruggaan in de tijd. Eén van de geladen situaties uit het verleden waar je op uit komt, neem je als oorspronkelijke gebeurtenis en daarop, via een kort protocol, werk je met oogbewegingen: je vraagt dat de cliënt je vingers van links naar rechts met de ogen volgt, of tikken op de knieën. Dat is het meest mobiliserende moment, waarbij je inhoudelijk niet meer tussenkomt, en enkel een proces ondersteunt dat bestaat uit vrije associaties, tot de lading van de beginsituatie helemaal verdwenen is. Tijdens dat proces zeg je enkel: “Laat maar komen wat er komt, laat gebeuren wat er gebeurt, wees niet te kritisch”. Dit doet denken aan Freud die vroeg om de gedachten hun vrije loop te laten. De therapeut bevordert een niet-oordelend toelaten van wat er uit zichzelf komt, en steunt de cliënt dit associatieve gebeuren gewoon te ervaren en er bij te blijven. Na een minuut of twee oogbewegingen, in functie van het proces, wordt er gevraagd wat er aan het gebeuren is, om te checken hoe het proces verloopt. Het verschil met de analytische grondregel is dat de associaties niet moeten uitgesproken worden. Cliënten worden daar vrij in gelaten.

Alhoewel deze methode vooral door de cognitieve gedragstherapie uitgebouwd is, blijkt dat de verschillende therapierichtingen zich allemaal herkennen in de essentie van deze methode. Centraal staat bij EMDR het vrije associatieve proces. Enerzijds bij het uitkiezen van het vertrekpunt dat vanuit een associatieve keuze bepaald wordt, als het proceswerk zelf, waarbij de cliënt gevraagd wordt om te laten gebeuren wat er gebeurt. Dus ook vroege herinneringen als kind zijn essentieel, het onbewuste, inzicht, catharsis, abreacties en symbolisatie. Het is niet verwonderlijk dat EMDR ook kan vertrekken van een droom, of dat we merken dat er veel droommateriaal wordt geproduceerd in de periode dat er met EMDR gewerkt wordt.

Als therapeut begeleid je het proces, houd je je mond, en merk je dat de processen voor elke persoon anders lopen, soms heel verbaal, verhalend, anderen meer beeldend of zelfs lichamelijk, sensorieel en emotioneel. Plots koud krijgen, met de benen beginnen te shotten, wenen, kwaad worden, lachen. Het is fascinerend via welke associatieve sporen mensen gaan, soms enkel erg oppervlakkig, anderen heen en weer doorheen de tijd, met vaak geladen vergeten herinneringen uit lang vervlogen tijd, onbewuste inhouden die verbaasd beleefd worden, dekherinneringen die plots open breken: “Waarom ik daar nu juist moet aan moet denken, versta ik niet”. “Heb ik dat echt meegemaakt?” Spontane omwentelingen in de stijl van :”Ik had nooit gedacht dat mijn stress te maken had met mijn kwaadheid op mijn vader, ik moet er eigenlijk mee lachen nu.” Iemand die na jaren van misbruik door zijn vader zegt: “Het is ok, het was slecht wat hij deed, maar dat hoeft mijn leven niet meer kapot te maken. Hij kan mij nu niet meer raken.” Ik moet nederig toegeven dat mijn eigen associaties en constructies tijdens dat werk meestal een totaal andere richting uitgaan dan die van de cliënt.

Enkel wanneer het associëren langdurig vast loopt, kom de therapeut tussen om het proces terug op gang te krijgen. Het accent ligt op het proceswerk, en weerstand wordt dan overstegen door helpende actieve interventies. Niet door interpretaties, maar wel tussenkomsten, op het goede moment, die het innerlijk proces van verandering steunen. Dit actieve procesmatige principe is uniek, vaak erg origineel, creatief, soms heel beeldend: “Ik voel me een vlinder die uit de pop breekt”. Of heel fysiek: “Ik heb de vreemde ervaring dat ik aan het groeien ben, ik voel me steeds rechter zitten in de stoel”. Onlangs nog iemand die mij al lachend verbaasd aankijkt: “Dat kan toch niet?” “Wat kan er niet?” “Het is gedaan. Het is voorbij, dat kan toch niet, zo vlug?” Natuurlijk blijf ik op een gezonde manier sceptisch, natuurlijk houd ik in mijn achterhoofd dat er waarschijnlijk nog veel verborgen en verdrongen driftmatig werkzaam blijft. En blijf ik niet enkel bij het symptoom. Maar als mensen zeggen dat ze zich beter voelen, opgelucht zijn en terug in staat zijn om te genieten dan laat ik het ook los.

De methode van EMDR is heel mobiliserend. Hoewel er nog veel onderzoek nodig is om te verstaan wat er juist gebeurt, ook naar indicatiestelling, kunnen we er niet onder uit dat zelfs bij hele zware pathologie, zoals bij psychose, de snelheid en stevigheid van het proces opmerkelijk is. Er circuleren verschillende hypotheses, maar vanuit EMDR is er de oprechte eerlijkheid dat we nog niet verstaan wat er gebeurt. Ik ben heel enthousiast om Freud, Ferenczi, Laplanche en anderen vanuit dit perspectief te herlezen. Het geeft de indruk dat daar waar de destructieve drift een grote passiviteit bewerkstelligt, er opnieuw een actieve openheid komt naar kunnen verwerken. Weerstanden worden niet eindeloos geïnterpreteerd, maar dynamisch, empathisch en met tact wordt de persoon ondersteund om een proces te initiëren en af te ronden. Alsof de destructieve drift terug gebonden wordt, hulpeloosheid, onmacht en passiviteit getransformeerd worden naar activiteit, actie en macht over de excitatie. Terug kennis geven en auteur te worden van je eigen leven: “Ik ben nu al jaren bepaald door dat ene moment dat ik bijna verdronken ben. Het ligt nu achter mij, ik herinner het mij nog, maar het doet me niets meer”.

Sinds mijn ervaring met EMDR, ervaar ik terug een groot enthousiasme, zin om nieuwe terreinen te betreden. Zoals vroeger de periode dat we een verzorgingsatelier opstarten in onze therapeutische gemeenschap voor psychotische mensen, en daarmee het taboe doorbraken dat je psychotische mensen niet zou mogen aanraken. Rond EMDR meende ik te horen: voorzichtig dat je niet te actief bent, suggestief of teveel met het trauma op zich bezig bent. Ik houd dat wel in mijn achterhoofd maar ervaar nu een andere manier van luisteren, door meer aandacht te geven aan het traumatische, zelf actiever te zijn, en aandachtig te blijven rond het overdrachtelijke. Ik heb de indruk de weg die Freud ging in een andere volgorde mee te maken. Hij had het allemaal al gedaan: traumawerk, hypnose en de catharsis, handoplegging, zich laten bekijken door cliënten, en hij had dat achter zich gelaten. Door EMDR kom ik veel meer dan vroeger dichter in contact met het traumatische. Niet alleen door er over te horen vertellen, maar ook door het echt voelen, mee te beleven. Waar vroeger iemand vertelde dat hij ooit verkracht was, vibreer ik nu mee met de onmacht van de terug als actueel opgeroepen situatie, en ervaar ik zelf de verstarring komende van het besef: is het mogelijk dat je dit meemaakt?

Voor mij zijn zoals voor Freud analytische therapie en analyse geen tegenpolen. In die zin, ben ik heel nieuwsgierig naar de ervaringen van analisten die ook EMDR gebruiken, om te horen wanneer en hoe ze dit integreren. Een heel aantal cliënten die vroeger al in analyse geweest zijn, en vaak heel tevreden zijn over hun analyse, geven aan dat er nog onopgeloste thema’s zijn, de reden waarom ze voor EMDR komen. Wanneer we daaraan werken, geven ze aan dat ze verbaasd zijn over de snelheid van verwerking, maar ook over de stevigheid van de verandering. Ik merk wel dat de ervaring van een persoonlijke analyse, het associëren, het werk met EMDR vlotter doet verlopen.

Wat mij psychoanalist maakt is mijn eigen analyse die nog steeds het meest ingrijpende geweest is in mijn eigen leven, en mijn levenskeuzes. Deze ervaring houdt een intern proces in beweging, van waaruit ik ook de EMDR als methode gebruik. De ontmoeting staat centraal. De methode van EMDR is geen doel op zich, maar een instrument, dat meestal maar ook niet altijd, heel efficiënt mensen terug in beweging brengt. Is het gebruik ervan dan naadloos? Nee gelukkig niet, het roept vele vragen op. Zoals bijvoorbeeld de vraag: hoe kunnen we die spontane beweging om tot een persoonlijke, eigen oplossing te komen verstaan? Of wat dat moment van integratie inhoudt. En nog vele andere vragen die we samen hopelijk nog verder kunnen onderzoeken.

%d bloggers liken dit: