Johan De Groef, Psychoanalyse in bewogen tijden Psychoanalyse in beweging

Johan De Groef, Psychoanalyse in bewogen tijden

Psychoanalyse in beweging

 

Argument voor het Jubileumcongres van de Belgische School voor Psychoanalyse – Mei 2015

Het begon in mei 2014, met een idee dat in het Bureau (Johan De Groef, Ria Walgraffe, Ingrid Demuynck, Anne Verougstraete) werd bedacht en besproken en de gestalte kreeg van een argument. Vervolgens kreeg het – rekening houdend met de feedback – de goedkeuring van de Raad van Bestuur en werd het tenslotte voorgesteld aan alle leden. Dat is nu eenmaal de institutionele (om)weg zodat een idee finaal concreet en institutioneel gedragen gestalte kan krijgen.

Het argument:

”De Psychoanalyse is, denk ik, niet in staat een eigen wereldbeschouwing te scheppen. Ze heeft daaraan geen behoefte, ze is zelf wetenschap en kan zich bij de wetenschappelijke wereldbeschouwing aansluiten […] Een op de wetenschap gebaseerde wereldbeschouwing heeft, afgezien van de nadruk die ze op de reële buitenwereld legt, vooral negatieve trekken, zoals dat ze volstaat met de waarheid en illusies afwijst.”

Sigmund Freud, Colleges Inleiding tot de psychoanalyse, Nieuwe Reeks, Les xxxv. Werken, dl 10, Boom.

”De Psychoanalyse is al geruime tijd het louter medische domein ontgroeit en een wereldbeweging geworden, die alle mogelijke gebieden van de geest en de wetenschap heeft beïnvloed […] De Psychoanalyse is […] één van de belangrijkste bouwstenen die bijgedragen heeft tot het fundament van de toekomst, tot de woning voor een bevrijde en wetende mensheid…”

Thomas Mann, Die Stellung Freuds in der modernen Geistesgeschichte, in: Die Psychoanalytische Bewegung,1 jrg mei-juni 1929, heft 1.

De School heeft van bij haar stichting gerefereerd aan Sigmund Freud als grondlegger van de psychoanalyse en aan Jacques Lacan die een “retour à Freud” verdedigde. Doorheen de jaren kwamen ook andere psycho-analytische basisauteurs zoals Klein, Winnicott, Bion en Szondi explicieter op de voorgrond. Van bij het begin heeft de School, naar het gelijknamige boek van Vergote, Huber en Piron, de psychoanalyse begrepen als een “wetenschap” van de mens. Die wetenschappelijke discipline is gebaseerd op inzichten verworven uit de therapie.

Ter gelegenheid van ons 50jarig bestaan is het essentieel om niet alleen onze geschiedenis te herdenken, maar meteen ook vooruit te denken. De psychoanalyse heeft de voorbije eeuw binnen de wetenschappen, maar ook op maatschappelijk vlak, een hele omwenteling teweeg gebracht. Nu stelt zich opnieuw de vraag: wat met de toekomst van de psychoanalyse en de psychoanalyse van de toekomst?

We leven immers in bewogen tijden. De menswetenschappen worden alsmaar méér gedragswetenschappen. We kennen revolutionaire ontwikkelingen in de biologie en de neurowetenschappen. Maatschappelijk en cultureel zijn er fundamentele verschuivingen aan de gang: verval van het patriarchale gezag, de globalisatie en opkomst van nieuwe grootmachten, de vele internationale conflicten met veel menselijke slachtoffers en voor generaties getraumatiseerde families, de mogelijkheden en problemen van de nieuwe media, ict en de virtuele werelden. Met dit alles verbaast het niet dat ook binnen het klinische veld heel veel verandert: nieuwe pathologieën, nieuwe pathoplastiek, gender en identiteitsproblemen, de pregnante aanwezigheid van trauma’s, burnout etc. Maatschappelijke nieuwe verwachtingen t.a.v. therapieën, de evidence-based en ethical-based benaderingen en vragen naar effectiviteit en efficiëntie.

Vandaar titel en bedoeling van ons congres: Psychoanalyse in bewogen tijden, psychoanalyse in beweging.

Hoe verhoudt de Belgische School voor Psychoanalyse zich tegenover deze fenomenen in deze bewegende context? Kan zij nieuwe antwoorden formuleren op nieuwe vragen? Waarover kan de psychoanalyse legitieme uitspraken doen en moet ze die doen? Waar dient ze over te zwijgen? Is zij tav al deze thema’s een geëigend paradigma, het enige paradigma? Hoe vindt de psychoanalyse zichzelf opnieuw uit in deze bewogen tijden? Kan zij – zij het met een nieuwe “retour à” Freud, Lacan, Klein en enkele anderen – een betekenisvolle en leidinggevende plaats innemen?

Vele vragen die we niet uit de weg willen of mogen gaan. Daarom willen wij gedurende twee dagen – vier dagdelen – vier cruciale topics aansnijden. Elk dagdeel omvat telkens een plenair – simultaan vertaald – gedeelte en een gesplitst – Franstalig en Nederlandstalig – gedeelte waarin het thema en de discussie wordt verder gezet.

De eerste dag zetten we in het teken van Psychoanalyse “wetenschap” van de mens:

  • een dagdeel zoemt in op de bijzondere verhouding van de psychoanalyse tot de (neuro)wetenschappen. Er is de vraag wat dit betekent voor de psychoanalyse als theorie en de psychoanalytische kliniek. Anderzijds kenmerkt de psychoanalyse zich als een zeer singuliere praktijk en theorie van het subject en dat met alle gevolgen voor haar bijzonder statuut als “een wetenschap” van de mens.
  • het tweede dagdeel handelt over de verhouding van de psychoanalyse tot de kunst. Psychoanalyse als kunst, als kunde? Wat reveleren schrijvers, musici dat ook zo eigen is aan de psychoanalyse als therapie, als scriftuur?

De tweede dag staat in het teken van de maatschappelijke relevantie van de psychoanalyse:

  • een dagdeel zoemt in op de verhouding van psychoanalyse tav. nieuwe psychotherapeutische ontwikkelingen. Hoe verhoudt de psychoanalyse zich tegenover psychoanalytische psychotherapie, tegenover psychotherapie buiten de klassieke kaders? Wat is haar eigenheid hierin en hoe denkt zij zich buiten de klassieke kuur?
  • het tweede dagdeel wordt besteed aan de thematiek van de conflicten, het trauma: zowel de individuele trauma’s als de collectieve trauma’s van grote bevolkingsgroepen en families. De psychoanalyse binnen een wereld van geweld en oorlog.

We sluiten af met een feestelijke avond voor alle genodigden van de School

Om recht te doen aan de cultuur en visie van de school, opteren we voor een evenwichtige dynamiek tussen sprekers van buiten en sprekers van binnen de school. En binnen de school willen we elk dagdeel gedragen en voorbereid weten door een groep van leden (“jong en oud”).

Voor elk dagdeel nodigen we dus een toonaangevende en inspirerende psychoanalyticus uit van buiten de School. Telkens vragen we een Nederlandstalig en een Franstalig lid om – in maximum 5 minuten – een essentiële vraag gevat te formuleren. Na een repliek van de spreker is er verder debat met de zaal.

Elk dagdeel zal vanuit de school via werkgroepen voorbereid worden hoe wij ons als psychoanalytci/als School theoretisch en klinisch verhouden tot elk thema. Enkele mensen vanuit de School (uit de voorbereidende werkgroep) zullen dan ook het tweede discussiegedeelte vorm geven en begeleiden en het plenaire gedeelte verder doorwerken. De werkgroepen kunnen zelf hieraan een eigen vorm geven door in de discussie andere “gasten uit andere disciplines” uit te nodigen (o.a. een schrijver, of expert op dat terrein) en afhankelijk van het taalregime ook de keynotespreker hierbij betrekken.

Op deze wijze wensen wij via dit congres een panoramisch beeld te schetsen dat tegelijk een programmatisch karakter krijgt om de komende jaren als School verder te werken aan een toekomstige psychoanalyse die opnieuw – zowel tav de wetenschappen als op maatschappelijk vlak – haar opdracht waarmaakt.

Kortom met ons vijftig jarig bestaan willen wij tonen dat de psychoanalyse en de Belgische School voor Psychoanalyse in beweging is en haar plaats waarmaakt in bewogen tijden.

***

En dan was het uiteindelijk zover, een bijna tweehonderd collega’s en geïnteresseerden konden we verwelkomen.


 

 

Verwelkoming


Johan De Groef

Brussel, 29 mei 2015

Beste Collega’s,

Beste Vrienden,

Hartelijk welkom op ons jubileumcongres ter gelegenheid van 50 jaar Belgische School voor Psychoanalyse. Na de Belgische Vereniging zijn wij de oudste vereniging voor Psychoanalyse in België.

50 jaar overeenkomstig de verhaalde feiten, 45 jaar volgens het Staatsblad.

Toen Freud in 1906 zijn vijftigste verjaardag vierde was de psychoanalyse nog geen beweging, laat staan een georganiseerd corpus. Op zijn vijftigste kwam Freud – zoals Ernest Jones het omschreef – tevoorschijn uit zijn splendid isolation. Freud schreef een brief aan de Oostenrijkse dokter-schrijver en stadsgenoot Arthur Schnitzler over z’n schatplichtigheid aan de literatuur. Freud had de Acheron in beroering gebracht. En nu kwamen de eerste leerlingen, volgelingen ten tonele: Ferenczi, Jung, Abraham… je kent ze wel. De psychoanalyse werd een beweging en ze zette meteen ook heel wat in beweging. En die beweging institutionaliseerde zich met alle gekende gevolgen – ten goede en ten kwade – vandien: de lotgevallen van meesters en leerlingen, van volgelingen en afvalligen. Psychoanalyse en het institutionele: het is een verhaal apart, voer zelfs voor literatuur en thrillers.

De Belgische School 50 jaar

Wij beginnen wel niet nu pas aan ons publieke leven en, wees gerust, ik ga hier onze geschiedenis niet uit de doeken doen. Dat verhaal zal je later kunnen lezen in een publicatie van de teksten van dit congres. Evenmin krijg je een thriller voorgeschoteld. Hopelijk vind je hier wel in de stormstraat, in het hermesauditorium nog wel twee boeiende psychoanalytische dagen die je niet koud laten maar mentaal weten te grijpen en verder in beweging zetten.

50 jaar Belgische School

De Belgische School telt nu honderd dertien psychoanalytici (leden en kandidaat-leden dus) en nog eens zes en zestig participanten. Ongeveer fifty fifty Nederlandstaligen Franstaligen. Jean-Claude Quintart, één van onze stichtende leden, is hier vandaag in ons midden.

Zoveel jaar terug had hij – ondertekend in Lovenjoel – samen met de zes andere stichters de bedoeling om de psychoanalyse te bestuderen; hun namen moeten hier nu toch genoemd worden: Vergote, Schotte, Duquenne, Huber, Ingels en Kongs. Zij waren vooral geïnspireerd door het ‘denken in Parijs’ en de retour à Freud van Lacan in het bijzonder. De school; het is een misleidend woord want de stichters bedoelden niet ”school’’ in de schoolse betekenis van het woord; zij dachten aan de Griekse betekenis van scholè: ”vormend in vrijheid”. De Belgische School dus heeft altijd geopteerd voor onafhankelijkheid, met een freudiaans-analytische oriëntatie (toen verlevendigd door een retour naar Freud) en een open blik naar de menswetenschappen. De school heeft steeds afstand gehouden tegenover elke ideologische behoefte om haar identiteit te vinden in een binding aan één meester, één absolute meester (tot zover een citaat van Vergote en Schotte in een brief aan Jacques Leroy, één van mijn voorgangers). De Belgische School is niet schools, is niet slaafs.

We zijn ook een Belgische School; niet grondwettelijk drietalig, slechts tweetalig. Daarmee beoefenen we de institutionele alsmaar moeilijker kunst van het vertalen en tolken met alle Babylonische spraakverwarring, surrealistische grappen of communautaire ergernissen vandien. Praktisch is dat een uitdaging en operante handicap. Het is echter ook een méérwaarde want het is een multiculturele oefening in het klein en een uitgelezen kans om de ervaringshorizont te verrijken. De Belgische School een uitgelezen kans om (tussen haakjes) goedkoop ”anders te reizen”.

50 jaar. Tijd om te gedenken en te danken voor het in cultuur brengen van dat boeiend psychoanalytische perspectief, een perspectief dat verder reikt dan de eindigheid van welke leermeester ook. De stichters hun verlangen was immers metaforisch, hun verlangen was dat de jongere generatie hen zou verlengen door dat perspectief verder in cultuur te brengen, de analytische horizon te verschuiven. Het mooiste geschenk wat we hen dus kunnen geven is dan ook vooruit te denken.

Het Onbewuste is tijdloos, de Belgische School is dat niet. 50 jaar, dat is de leeftijd dat een 3de generatie kan verschijnen, de leeftijd dat een volgende generatie moet verschijnen. Dit vijftigste jubileumjaar is een toetssteen of het oude zich louter traumatisch-dodelijk wegkwijnend zal herhalen, dan wel levendig verhalend en vernieuwend op verhaal zal komen.

We leven – ook nu weer – in bewogen tijden van grote menselijke drama’s, wetenschappelijke revoluties, maatschappelijke omwentelingen. Daarom kozen wij voor de titel Psychoanalyse in bewogen tijden, psychoanalyse in beweging. Een titel, een thema met oproep karakter. Een titel die beoogt een nieuw begin te zijn. Een titel die de hoop heeft om bij te dragen aan een nieuwe retour à Freud. “La psychanalyse est morte, vive la psychanalyse”. Of om het met Tom Lanoye uit Revue Ravage te zeggen: “Het gaat niet om het bewaren van de as, maar om het doorgeven van het vuur”.

Vier – geen klavertje vier, maar vier (in de lijn van Schottes affiniteit voor het “getal 4” zeker) kernthema’s gespreid over vier halve dagen. Dat is net genoeg om zo’n begin te maken. Het is evident veel te kort om te besluiten, te concluderen. Het jubileumcongres sluit 50 jaar af maar het wil vooral de komende 50 jaar inzetten.

We kozen daarom voor een discussieformat : slechts 1 keynote spreker van buiten de School, maar in debat met zoveel mogelijk mensen van de School zelf, leden en kandidaat-leden… Daarmee willen wij ook uiting geven aan de veelzijdige klinische professionaliteit van onze leden en ook aan onze psychoanalytische multiculturaliteit. Iedereen spreekt uit eigen naam. Hier worden m.a.w. geen stenen tafelen, geen gebeitelde stellingen van de School gedeclameerd. Discussie en een respectvol woord en wederwoord willen we mogelijk maken. Heilige huisjes of gouden kalveren horen hier niet thuis. De School wil ook met dit congres “een derde plaats” zijn, waar we – elk met ons eigen parcours – andere clinici kunnen ontmoeten om zo uit die ervaring van elkaar te kunnen leren.

Ce message est également disponible en : Frans

%d bloggers liken dit: