30 september 2018: Barbara Baert, Rondom de zeef. Motief, Symbool, Hermeneutiek

PSYCHOANALYSE en KUNST(WETENSCHAPPEN)

Een verreikende dialoog

Openingslezing BSP-EBP

Door

Prof. Barbara BAERT (KULeuven) Kunstwetenschappen

Laureaat van de Francqui-prijs 2016

Wanneer? op zondag 30 september a.s., om 14u

Waar? in De Markten, Oude Graanmarkt 5, te Brussel.

Niet leden: € 15; (studenten en werkzoekenden: € 5)
Accreditering gevraagd.

 

RONDOM DE ZEEF. MOTIEF, SYMBOOL, HERMENEUTIEK

The primary aspect of the schizophrenic body is that it is a sort of body-sieve. Gilles Deleuze, The Logic of Sense. Trans. Marc Lester (New York: Columbia University Press, 1990), 87.

Deze lezing heeft het motief van de zeef (Sieb (Duits), tamis(Frans), zeef (Nederlands),setaccio(Italiaans), samiz(Spaans)) als onderwerp. De zeef vertoont een breed symbolisch spectrum dat zich uitstrekt over de kunstgeschiedenis, de filosofie, de antropologie, de psychoanalyse en de genderstudies. Baert biedt een interdisciplinair perspectief op de zeef aan de hand van drie invalshoeken: als motief (de zeef is een attribuut), als symbool (de zeef is een zinnebeeld) en als hermeneutiek (de zeef is een paradigma).

De zeef als attribuut gaat terug op het Romeinse verhaal van de Vestaalse maagden. De van onkuisheid verdachte Vestalinnen Aemilia en Tuccia konden hun onschuld bewijzen, toen ze water met een zeef uit de Tiber schepten en naar de stad droegen zonder één druppel te morsen. De (ondoorlaatbare) zeef werd daarmee een belangrijke epithetonvoor kuisheid, en iconografisch overgedragen op eigentijdse vrouwen. Queen Elisabeth I (1533-1603) bijvoorbeeld, draagt in een befaamde reeks portretten de zeef als teken van haar integriteit.

Het tweede deel gaat in op de longue duréevan de zeef als symbolisch gebruiksvoorwerp. Ik behandel voorbeelden uit de Bijbelse traditie, uit de joodse volksgebruiken, uit de Berbercultuur en uit het Oude Egypte, die wijzen op het kosmologisch belang van de actie van het zeven, en de exclusiviteit van de vrouw in de handelingen die hiermee gepaard gaan. De ronde vorm van de zeef en de ‘schuddende’, wiegende, circulaire bewegingen ondersteunen dit symboolspectrum. De vrouwelijke verantwoordelijkheid voor voeding en hygiëne worden cultisch en symbolisch op de zeef overgedragen.

Het derde deel omschrijft de zeef vanuit haar hermeneutische relevantie als ‘textiliteit’ en als skin-ego (moi-peau). Deze relevantie begint reeds bij haar tektoniek. Het filteringsproces van de zeef wordt mogelijk gemaakt door een geweven structuur, vaak op basis van natuurlijke materialen, zoals paardenharen en grassoorten. Haar capaciteit om zowel op te vangen (opsparen van het goede) als te verwijderen (restafval) in een simultane actie, maakt van de zeef een fundamenteel symbool van ‘scheiding’ en ‘filtering’. De zeef scheidt als een membraan, een druppelend vlies. Vandaar dat de zeef een dankbaar beeld is om de huid met zijn poriën te bedenken, maar ook de rol van het onderbewustzijn dat zich op gesorteerde wijze laat doorsijpelen (moi-peau).

Personalia

Barbara Baert (Turnhout, 1967) is Professor aan de KULeuven, voorzitter van de vakgroep  en oprichtster van de Iconology Research Group(IRG), een organisatie met een tiental verwante instellingen die het onderzoek in de iconologie steunen, verspreiden en internationaliseren.

In 2006 wordt ze door de Vlaamse Koninklijke Academie. Klasse Schone Kunsten een tweede maal gelauwerd met een prijs voor haar uitmuntende carrière onder de veertig levensjaren.In 2016 won ze zowel de Pioniersprijs van de KU Leuven als de ‘Belgische Nobelprijs’. Deze Francqui prijs werd haar door een internationale jury toegekend voor haar stoutmoedig en interdisciplinaire onderzoek in de Kunstwetenschappen en haar innoverende impact op de Humane Wetenschappen. De prijs werd haar op 8 juni 2016 overhandigd door de Koning der Belgen Filip in de Koninklijke Academieën te Brussel.

Werk

De discipline van de Kunstwetenschappen is een huis met vele kamers. Een vakgebied dat zowel vragen naar vorm en schoonheid doorheen de tijd behandelt als de ontwikkeling van inhoudelijke thema’s (iconografie) kan niet anders dan de diversiteit omhelzen. Kunstwetenschapper James Elkins (Chicago) liet destijds optekenen: “It is a sign of health of Art History that it can address large scale questions.

Ook het oeuvre van kunsthistorica Barbara Baert schuwt nooit de large scale questions. Haar werk verbindt kennis en vraagstellingen uit de ideeëngeschiedenis, de culturele antropologie, de filosofie en in beperktere mate ook de psychoanalyse, en vertoont een grote gevoeligheid voor culturele archetypen en hun symptomen in de plastische kunsten. Ze vertrekt daarbij meestal van de oude kunst en de vroege moderniteit, maar haar werk bezit ook relevante uitstappen naar de hedendaagse kunst.

Heden wordt Barbara Baerts onderzoek naar het plastisch ‘inkantelingsproces’ van culturele symptomen (zoals teksten, maar ook ideeën uit de orale cultuur) als exemplarisch beschouwd. Deze benadering had reeds zijn kiemen in haar dissertatie AHeritage of Holy Wood(Brill Publishers, 2004) over de relieken van het H. Kruis in West-Europa, nu een belangrijk referentiewerk, destijds een methodologische pionier in het vakgebied. Kortom, Baerts projecten tonen grote inspanningen voor de interdisciplinaire dialoog binnen de humane wetenschappen en kunnen belicht worden vanuit drie grote invalshoeken: de methodische ruimte tussen tekst en beeld, de impact van het sensorium op de beeldende kunsten en tenslotte de kritische reflectie over het eigen vakgebied.

Wat de eerste invalshoek betreft, heeft Barbara Baert veel werk verricht over het lichaam als medium in tekst en beeld. Haar onderzoek naar de problematiek van ‘aanraking’ in de iconografie van Bijbelse vrouwen (Maria Magdalena, de vrouw met bloedvloeiingen) heeft bijgedragen tot een beter begrip van aanrakings- en bloedtaboeïsering in gender context. Een bijzonder aandachtspunt in deze groep publicaties over lichamelijkheid is de rol van relicten enerzijds en van textiel als seconde peauanderzijds. In deze projecten werkt ze comparatief over de Europese cultuurgrenzen heen.

De vertrouwdheid met onderzoeksvragen over de impact van aanraking, over textiel en over liminale zones van het lichaam heeft ten tweede tot projecten over het sensorium geleid. De nieuwste uitdagingen in Barbara Baerts werk zijn daarbij de voorstelling en beleving van de zintuigen die aan het visuele medium ontsnappen en in feite alleen maar indirect kunnen uitgebeeld worden, zoals geur en wind. Pneuma and the Visual arts in the Middle Ages and early Modernity. Essays on Wind, Ruach, Incarnation, Odour Stains, Movement, Kairos, Web and Silenceis daarbij haar recentste boek. Het behandelt de complexe verhoudingen tussen de mens en zijn ecologische omgeving, de mens en zijn lichaam, de spirituele relatie tussen zichtbaar en onzichtbaar in de beeldende kunsten. Baert stelt daarbij het verschijnsel ‘wind’ voor als een paradigma voor beeldonderzoek als zodanig.

De derde invalshoek in het oeuvre van Barbara Baert is de kritische reflectie over de grondslagen en de toekomst van het eigen vakgebied. Deze preoccupatie heeft vorm gekregen in een reeks discipline-beschouwende essays binnen de daarvoor speciaal opgerichte reeks Studies in Iconology(Peeters Publishers). In deze reeks komt een scherpe en uitdagende onderzoekster naar voor, die haar intellectuele vrijplaats beschermt en naar analogie een discours koestert dat het academische genre zelf durft te bevragen. Ze verdedigt daarbij een wetenschapsbeoefening van de ‘vervloeiing’ en de empathie tegenover die van de begrenzing en de fixatie op het ‘zelf’.

Een laatste vraag rest: welke naam zal zulke interdisciplinaire dialoog binnen het huidige tijdsgewricht dragen? De Duitse taal spreekt ondertussen van Bildwissenschaften. De Franse taal verkiest vandaag Anthropologie visuelle. De Vlaamse taal blijft bij de oorspronkelijke term ‘Iconologie’. Hoe het ook zij, de bijzondere energie van de Kunstwetenschappen in zijn geheel schuilt misschien in haar onclassificeerbaarheid. Want zoals de Italiaanse kunstwetenschapper en filosoof Giorgio Agamben teder opmerkt: het is “une science sans nom”. Wellicht verklaart precies de scharnierpositie van België met haar drie taalzones de huidige rijkdom van Kunstwetenschappen in de Lage Landen: voortdurend dynamisch beïnvloed, voortdurend vriendelijk ‘besmet’ en voortdurend alert voor nieuw initiatief.

Websites

New Series Recollectionhttp://upers.kuleuven.be/en/Recollection

New Project Kairos http://www.peeters-leuven.be/boekoverz_print.asp?nr=10190

New Book Decapitation and Sacrificehttp://www.peeters-leuven.be/boekoverz.asp?nr=10501

%d bloggers liken dit: