Over de School

Voor het ontstaan van de School moeten we terug naar het einde van de jaren vijftig, begin van de jaren zestig. Toen zijn een aantal psychoanalytici bijeengekomen die een uiteenlopende psychoanalytische en universitaire vorming genoten hadden in Nederland, Zwitserland, Frankrijk, of Duitsland. Sommigen waren tweetalig, anderen spraken Nederlands of Frans.

Buiten de reeds bestaande vriendschapsrelaties, ontmoette men elkaar in de werkgroep die zich gevormd had rond Lacan, Lagache, Favez-Boutonnier, Dolto binnen de Franse Vereniging voor Psychoanalyse. Deze groep stond zeer open voor de filosofische, artistieke en literaire stromingen van die tijd, voor de menswetenschappen als de antropologie, de etnologie, de linguistiek, de semiologie. Ze werd sterk geïnspireerd door de dialoog en de conflicten tussen fenomenologie en structuralisme. Uit deze zeer actieve smeltkroes werden de principes gedistilleerd die de basis van de  Belgische School voor Psychoanalyse-Ecole Belge de Psychanalyse zullen vormen. Tijdens die ontmoetingen in Parijs ontstonden ook de werk-, de overdracht- en de vriendschapsrelaties die voor jaren de vorming van analytici binnen de School zullen beïnvloeden. Die vriendschappen overleven het uiteenvallen van de SPF (Société Française de Psychanalyse), de oprichting (door Lacan) van de Ecole Freudienne, van de Quatrième Groupe, van de Association Psychanalytique de France, allemaal verenigingen die werden geïnspireerd door de SPF; vele van hun leden zullen later ook uitgenodigd worden door de Belgische School voor lezingen en studiedagen.

De band tussen de jonge BSP-EBP en de Universiteit van Leuven werd gesmeed door J. Schotte en A. Vergote die samen met collega A. De Waelhens een onlosmakelijk gezelschap vormden.

Men moet hier ook de zeer nauwe band vermelden die er bestond tussen deze professoren en de rector van de Universitaire faculteiten van St. Louis in Brussel, Monseigneur Van Camp, de bezielende en talentvolle kracht van de School voor filosofische en religieuze Wetenschappen. Daar vonden vorsers en psychoanalytici een plaats om hun originele en vernieuwende ideeën te verkondigen. Deze buitengewone constellatie van intellectuelen heeft op de eerste generatie leerlingen en kandidaten van de School een diepe stempel gedrukt én hen vooral een uitgesproken zin voor kritisch denken meegegeven.

De Belgische School had geen uitgesproken band met de Lacaniaanse beweging: soms werd wel theoretisch samengewerkt, bv. door deelname aan dagen, colloquia en seminaries, en er bestonden of ontstonden banden door persoonlijke analyse of supervisie. Toch ontwikkelde de Belgische School zich parallel met de Lacaniaanse beweging.

Op het moment dat de EFP (Ecole freudienne de Paris) ontbonden werd, dienden een aantal jonge psychoanalytici hun ontslag in bij de School. Het waren voornamelijk Franstaligen die Lacan wilden volgen of J-A.Miller, of nog andere voortrekkers van nieuwe verenigingen die uit de EFP waren onstaan. In het begin van de jaren tachtig trok een ware schokgolf van ontslagen door de School. Enige tijd later werd dit de aanzet om in België nieuwe groepen op te richten van Lacaniaanse strekking: l’Ecole de la Cause, l’Association Psychanalytique de Belgique, le Questionnement Psychanalytique, de Gentse Lacaniaanse groep.

De Belgische School is trouw gebleven aan haar basisprincipes: ze staat open voor beide landsculturen, ze is principieel, en zeker in feite tweetalig in haar werking, ze hangt niet af van de IPPA en van Lacan, ze heeft banden met diverse psychoanalytische groepen en ze refereert in haar werking naar de Angelsaksische denkrichtingen (Klein, Bion, Winnicott).

In januari 1994 heeft de School zich aangesloten bij het Europees Inter-associatief voor Psychoanalyse, een groepering van Europese verenigingen uit Denemarken, Italië, Spanje, Luxemburg, Frankrijk, Franstalig en Nederlandstalig België met als gemeenschappelijk punt dat ze zich terugvinden in het gedachtegoed van Freud en Lacan. Afgevaardigden van de School zijn  actief betrokken bij de organisatie van studiedagen en seminaries. Ze nemen deel aan de overkoepelende coördinatie die via een afwisselend secretariaat de activiteiten van het Interassociatief stimuleert.

Naar aanleiding van de druk van Europa om titel, praktijk en statuut van klinisch psycholoog en psychotherapeut op wettelijke basis te reguleren, heeft de School zich aangesloten bij de Federatie voor Belgische Psychoanalytische Verenigingen (de FBPV). Deze federatie wil zich als discussiepartner opstellen tegenover de overheid, om – mocht de noodzaak zich voordoen – ervoor te kunnen zorgen dat de vrijheid van vorming en uitoefening van de psychoanalyse gewaarborgd blijft. Ze baseert zich hiervoor op een charter of handvest waarin het principe van de lekenanalyse vastligt. Wat betekent dat de psychoanalyse openstaat voor beoefenaars die niet noodzakelijk geneesheer, psycholoog of psycho-pedagoog zijn, maar wel een strikte vorming gekregen hebben waarvoor de psychoanalytische verenigingen zelf garant staan.

De basisteksten kunnen hier geraadpleegd worden:

 

Ce message est également disponible en : Frans